Fragmenten Roder dan rood: 1 [2] 3 4 5 6 7
"...De bergen aan de horizon leken bedrieglijk dichtbij. Uren verstreken, maar de bergen bleven waar ze waren en tegen zonsondergang leek het of we versteend waren en opgenomen door de omringende sneeuw en de rotsen. De donkerroze, bloedkoralen zonsondergang werd opgevangen en in reepjes geknipt door de kale takken van de witte berken die wel steeds dichterbij kwamen. Ik vocht ertegen om niet van pure wanhoop en uitputting neer te vallen in de sneeuw die er steeds verleidelijker uit ging zien. Als een zachte warme donzen deken waarin ik een eeuwigheid mocht slapen om herboren weer wakker te worden. Ik begon zelfs jaloers te worden op de doden die deze slaap wel gegund was..."
|